Door:

mr. Monique S. van Dijk

April 2016

(Geluids)overlast van geiten

Partijen zijn elkaars buren in een twee onder één kap woning. Medio 2015 heeft een van de partijen (hierna verder ‘geiteigenaren’) twee geiten aangeschaft en gehuisvest in een – met een hekwerk afgesloten – ruimte in hun achtertuin. De buren van de geiteigenaren hebben verzocht om verwijdering van de geiten in verband met stank- en geluidsoverlast van de dieren. De geiteigenaren hebben aan dit verzoek geen gehoor gegeven. De buren stellen zich op het standpunt dat sprake is van onrechtmatige hinder, de geiteigenaren stellen dat hiervan geen sprake is. Op grond van artikel 5:37 BW mag de eigenaar van een erf niet in een mate of op een wijze die onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. De voorzieningenrechter (ECLI:NL:RBNNE:2015:3525) onderzoekt in dit geschil of sprake is van structurele geluidsoverlast of dat sprake is van een overlast met een meer incidenteel karakter. De rechtbank komt tot de conclusie dat door de buren voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van geluidsoverlast op structurele basis en dat zij zowel overdag als ’s nachts geluidsoverlast ervaren van de aanwezigheid van de geiten. Dit betekent dat de voorzieningenrechter de geiteigenaren gebiedt om de twee geiten te verwijderen van hun huidige plek in de achtertuin. Gehele verwijdering van de geiten uit de tuin acht de rechter in de gegeven omstandigheden een te verstrekkende maatregel. Bij de bezoek door de rechter ter plaats is namelijk gebleken dat er in de achtertuin een alternatieve plek is voor huisvesting van de geiten. Mochten de buren echter alsnog geluidsoverlast ondervinden, dan staat het hen vrij om zich wederom tot de voorzieningenrechter te wenden, aldus de voorzieningenrechter.

2022-08-01T12:00:14+02:00
Ga naar de bovenkant