19dec, 18
VANDIJK advocaten - Ga tijdig en zorgvuldig om met vakantiewensen van uw werknemer! (mr. A.C. Charlotte ten Hoor)

Vakantie

Nog even en veel werknemers gaan genieten van een welverdiende kerstvakantie. Het is echter goed mogelijk dat in januari 2019 de vakantiewensen voor bijvoorbeeld de zomervakantie alweer binnenstromen in uw mailbox.

Hoe dient u daarmee om te gaan? Waarschijnlijk heeft een verzoek om vakantie minder prioriteit dan het binnenhalen van een grote klant.  Toch is het belangrijk dat u tijdig reageert op een verzoek van één van de werknemers om vakantie. Dat volgt niet alleen uit de wet maar ook uit een uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam

Uitspraak Rechtbank Rotterdam 22 september 2018

De situatie die aan voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam werd voorgelegd betreft het volgende. Een werknemer is sinds september 1992 in dienst bij werkgever. In februari 2018 boekt zij een vakantie naar Indonesië van 17 oktober tot en met 4 november 2018. In april 2018 boekt werkneemster een vakantie naar Spanje van 27 september tot en met 1 oktober 2018.

In maart 2018 dient werkgever een ontbindingsverzoek in hetgeen echter wordt afgewezen. Wel vindt een overplaatsing van de werkneemster plaats van de afdeling “incasso” naar de afdeling “servicekosten”.

Werkneemster heeft vervolgens op 21 augustus 2018 ook op deze nieuwe afdeling aangegeven graag op vakantie te willen. Op 3 september 2018 geeft haar leidinggevende echter aan dat het akkoord op de vakantiewensen van werkneemster van een aantal aspecten zal afhangen. Ten eerste zal dit afhangen van de beschikbaarheid van de personen die haar zullen inwerken. Ten tweede hangt dit af van hoe de vakantieplanning op de afdeling servicekosten is geregeld en ten derde hangt dit af van de beschikbaarheid van de persoon die de noodzakelijke juridische cursus voor werkneemster kan verzorgen.

Werkneemster vordert in kort geding dat de data van haar vakantie worden vastgesteld op de wijze zoals zij heeft verzocht. Zij stelt niet binnen de termijn van twee weken na haar vakantieverzoek uitsluitsel van haar werkgever te hebben gekregen en dat alsdan haar verzoek vast zou staan.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Het is juist dat een werkgever een werknemer in de gelegenheid dient te stellen om vakantie op te nemen. Tevens dient de werkgever de vakantie van een werknemer in beginsel vast te stellen volgens de wensen van een werknemer tenzij er sprake is van gewichtige redenen. De werkgever dient deze gewichtige redenen binnen twee weken aan de werknemer schriftelijk kenbaar te maken.

Allereerst is van belang dat de werkgever dus niet binnen twee weken na een verzoek van een werknemer om vakantie op te nemen definitief uitsluitsel dient te geven. Voldoende is als de werkgever binnen twee weken na het verzoek van werknemer schriftelijk reageert met daarbij de vermelding van mogelijke bezwaren (gewichtige redenen).

Ten aanzien van dit punt oordeelt dat de werkgever tijdig richting werkneemster heeft gereageerd.

Vervolgens beoordeelt de kantonrechter of de redenen die werkgever heeft aangevoerd gekwalificeerd kunnen worden als “gewichtige redenen”. De kantonrechter is van oordeel dat de door werkgever aangedragen argumenten inderdaad als gewichtige redenen dienen te worden gekwalificeerd op basis waarvan het verzoek kon worden afgewezen.

De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster af.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met mr. A.C.C. (Charlotte) ten Hoor.

c.tenhoor@vandijkadvocaten.nl

Oktober 2018.

Meer informatie? Neem contact met ons op!