16sep, 17
VANDIJK advocaten - Beëindiging arbeidsovereenkomst: recht op uitbetaling niet-genoten vakantie en atv-dagen (J.A. Jacintha Devilee)

In een kwestie waarover de rechtbank Zeeland-West-Brabant zich recent heeft uitgelaten, werd geoordeeld dat een werknemer nadat zijn arbeidsovereenkomst was beëindigd, recht heeft op uitbetaling van opgebouwde doch niet-genoten vakantiedagen en atv-dagen.

Feiten

Voornoemde werknemer was sinds 1 januari 1993 in dienst bij de werkgever. In 2009 is de werknemer vanwege een gebroken been, arbeidsongeschikt geraakt. In verband met bedrijfseconomische omstandigheden is de arbeidsovereenkomst met de werknemer vervolgens ontbonden. De werknemer heeft na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een overzicht opgevraagd met betrekking tot zijn vakantie en atv-dagen over de laatste vijf jaar. De werkgever is in het kader van de eindafrekening overgegaan tot verrekening van de aanzienlijk bedrag ter zake teveel opgenomen vakantiedagen.

Gerechtelijke procedure

De werknemer is het niet eens met de eindafrekening en start een gerechtelijke procedure. De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij (onder meer) ter zake opgebouwde vakantie- en atv-dagen in zijn afgelopen arbeidsjaren nog recht heeft op een brutobedrag van € 38.835,64. De werkgever verweert zich hiertegen door te stellen dat er sprake is van rechtsverwerking, danwel van strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Oordeel kantonrechter

Ten aanzien van het standpunt van de werkgever dat ziet op rechtsverwerking, komt de kantonrechter tot het oordeel dat hiervan in casu geen sprake is. De enkele omstandigheid dat de werknemer drie jaar heeft gewacht met het instellen van deze vordering, heeft er niet voor gezorgd dat de werkgever er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de werknemer deze vordering in een later stadium alsnog zou instellen. Voorts is de vraag aan de orde op hoeveel vakantie- en atv-dagen de werknemer precies recht had, nu niet exact meer is vast te stellen. Voor wat betreft de opgebouwde wettelijke vakantiedagen in 2012 en 2013, oordeelt de rechter dat deze dagen zijn komen te vervallen nu hiervoor een wettelijke vervaltermijn geldt. Voor wat betreft de niet-opgenomen vakantiedagen en de bovenwettelijke vakantiedagen, geldt dat deze dienen te worden geadministreerd door de werkgever. Nu de werkgever dit niet heeft gedaan, althans niet deugdelijk, heeft de werkgever hieromtrent een bewijsprobleem. Dit betekent dan ook dat de werknemer recht heeft op uitbetaling van de opgebouwde wettelijke vakantiedagen over de periode van 2009 tot 2012 en op uitbetaling van de bovenwettelijke vakantiedagen tot 2013. Voorts komt de kantonrechter tot het oordeel dat de opgebouwde niet-genoten atv-dagen dienen te worden uitbetaald door de werkgever aan de werknemer. Ook het beroep van de werkgever op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid mag hem niet baten, nu de werkgever verplicht is om de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst na te komen. Derhalve veroordeelt de kantonrechter de werkgever om aan de werknemer een bedrag te betalen van €19.489.81.

jdevilee@vandijkadvocaten.nl

Meer informatie? Neem contact met ons op!